Wat Thialf in Heerenveen is voor het langebaanschaatsen, moet Tilburg worden voor alle andere ijssporten. Tenminste, als je het aan John van Heeswijk vraagt. Sinds 2019 is hij als ijsbaanmanager bij Sportbedrijf Tilburg de drijvende kracht achter een ambitieuze ijstoekomst. “In Tilburg doen we ertoe op ijssportgebied,” zegt hij vol overtuiging. En dat blijkt: van shorttrack tot kunstrijden en natuurlijk ijshockey, het ijs in Tilburg leeft als nooit tevoren.
“We hebben hier in de stad een echte ijscultuur. Al in de jaren tachtig zaten er duizenden mensen op de tribune bij de Tilburg Trappers,” vertelt John. Die club is nog steeds een publiekstrekker van formaat: “Geen enkele andere ijshockeyclub in Nederland krijgt een stadion met 3.000 stoelen vol. Behalve de Trappers. En als er duizend stoelen bij zouden komen, zaten die ook vol.” Volgens John past ijssport bij het karakter van Tilburg. “De stad heeft een rauw randje, een mentaliteit van aanpakken. Dat past perfect bij ijshockey, shorttrack en kunstrijden. Sporten met snelheid, flair en lef.” Vanuit die gedachte ontwikkelde hij een toekomstvisie waarbij niet de langebaan centraal staat - zoals in Heerenveen - maar juist de andere ijssporten. Het IJssportcentrum is daarbij uniek: het is het grootste overdekte stadion in Nederland voor shorttrack, kunstrijden, ijshockey en ook curling. Die schaalgrootte en multifunctionele inzetbaarheid maken Tilburg aantrekkelijk voor nationale én internationale evenementen.
Seoul, Tilburg, Salt Lake City
Toen John ijsbaanmanager werd, kreeg hij direct de opdracht om een langetermijnvisie voor de ijsbanen te ontwikkelen. “We moesten investeren in de kwaliteit van het ijs, in de organisatie, maar vooral ook in onze ambitie.” Tijdens de coronaperiode had hij tijd om het Nederlandse ijssportlandschap in kaart te brengen. Hij bezocht wedstrijden, sprak met organisatoren. Deze periode wierp zijn vruchten af. Zo wist Tilburg onder andere een meerjarige deal te sluiten voor de ISU Shorttrack World Tour. “We staan nu in hetzelfde rijtje als Salt Lake City, Seoul en Montreal. Dat is nogal wat.”
Topsport én schaatsen voor iedereen
Wat de schaatssport in Tilburg kenmerkt, is dat er wordt ingezet op zowel de topsport als de breedtesport. “Als je topsport hebt, groeit de breedtesport,” legt John uit. “En omgekeerd. Het is belangrijk dat kinderen die komen schaatsen, kunnen opkijken naar talenten die hier ook trainen.” Zo traint de beste Belgische kunstrijder in Tilburg en zouden er volgens hem in de toekomst meer toptalenten kunnen doorstromen. “Een talentcentrum voor kunstrijden, dat zou ik echt graag willen. Zo voed je de sport van onderaf.” Maar het is niet alleen goud en glorie: de druk op het Tilburgse ijs is groot. “We zitten boven de 90% bezetting. Dat betekent plannen, overleggen, schuiven.” Toch lukt het dankzij goede afstemming met clubs en verenigingen. “We houden altijd onze dubbelfunctie in de gaten: professioneel schaatsen én recreatief schaatsen. Die balans is soms ingewikkeld, maar ook waardevol. Want iedereen hoort thuis op het ijs.”
Hier doen we het anders
De komende jaren wacht John en zijn team nog genoeg werk. Niet in de laatste plaats dankzij de uitbereidingsplannen voor extra ijs, waarmee in de toekomst ruimte zal komen voor meer ijssportfanaten en -professionals. Gelukkig ziet de ijsbaanmanager altijd kansen. “Ik vind dat je in het leven groot moet denken. Laat je niet beperken door hoe het altijd gaat. Steek je kop boven het maaiveld uit.” Dat hij als niet-Tilburger zó betrokken is geraakt bij de stad, zegt alles over zijn passie. “Tilburg voelt als thuis. We doen het hier anders. En juist daardoor maken we het verschil.”