De één noemt het prettig gestoord. De ander balsem voor de ziel. Wat je er ook van vindt: om Kaapstad kun je niet heen. Drie dagen per jaar neemt een bont gezelschap van kunstenaars de Tilburgse binnenstad over en loop je op onverwachte plekken tegen kunstwerken, performances en installaties aan. Volgens artistiek leiders Anja Reinhardt en Sander van Bussel kun je zelfs bezoeker zijn zónder dat je het doorhebt. Een beetje vreemd. Maar wel lekker.
“Kaapstad is een gratis toegankelijk Art in Public Space festival,” legt Sander uit. “Drie dagen lang gebruiken we de Tilburgse binnenstad als canvas en podium. Dat het plaatsvindt in de openbare ruimte is essentieel. We willen dat mensen zich verwonderen over dat wat ze vanzelfsprekend vinden en zo de stad opnieuw ontdekken. Zie het als een sympathieke verovering van het centrum. Zónder prikkeldraad maar met prikkelende kunst. Ik zie ook onder kunstenaars en makers hoe leuk iedereen het vindt om samen te spelen in de openbare ruimte. In de gezamenlijke speeltuin die Kaapstad heet.”
Dit is géén kunstroute
“We verkennen de diepere laag van de stad,” vult Anja aan. “Zo kan iets alledaags zoals een lantaarnpaal of een elektriciteitskastje je ineens vertederen. Kaapstad is géén kunstroute. Het is een festival dat je de stad op een andere manier laat beleven. Net als wanneer je na een lange vakantie weer thuiskomt en denkt: ‘zo heb ik de stad nog nooit gezien!’ Dat is het Kaapstad-effect.”
Grenzen verzachten
Anja gelooft dat kunst in de openbare ruimte iets toevoegt aan het maatschappelijke debat: “We leven in een bubbelmaatschappij. Dat klinkt ‘zacht’ maar in feite is het een samenleving met keiharde grenzen. Juist in een tijd van polarisatie is verzachting van de samenleving en het verzachten van die grenzen noodzakelijk, vinden wij. Ons festival is daarom een uitnodiging om ruimte te geven aan het menselijke en zintuiglijke aspect van de stad. En Kaapstad is daarin uniek omdat er bijna altijd publieksinteractie is. Soms ben je als bezoeker zelfs onderdeel van een werk of performance. Natuurlijk mag je ook aan de zijlijn toekijken. Maar wie meedoet, maakt meer mee.”
Kiertjes, randjes en losse eindjes
Sander: “Tilburg is voor ons een perfecte voedingsbodem. Dat heeft te maken met de ruimtelijkheid. De stad is nog niet zo strak vormgegeven en zit vol losse eindjes. Tussen de kieren van de stad is volop ruimte voor experiment. De rauwe randjes geven ons en de kunstenaars de ruimte om te spelen, verwonderen en experimenteren. Tegelijkertijd ontwikkelt Tilburg zich in rap tempo, dus we moeten die rauwheid wel bewaken. Het zou zonde zijn als we op den duur veranderen in een tot op het bot geplande stad. We zijn geen Venetië.”